De poëzie gloorde altijd al, maar kreeg vanaf 2000 steeds meer vorm en formaat. De woorden kozen hun eigen plaats op het vel papier, eisten niet alleen witte maar ook gekleurde ruimte om zich te positioneren. Marion greep instinctief naar aquarel om lagen onder en in de tekst aan te brengen. De woorden mochten zwemmen in kleur.

Eerst combineerde Marion tekst en beeld geheel digitaal, zodat ze eindeloos kon schuiven met mogelijkheden tot de puzzelstukjes op hun plek lagen. Het digitale proces duurde vaak lang en had het voordeel dat ongelukkige keuzes altijd omkeerbaar waren. Een veilige manier om alles uit te kunnen proberen zonder materiaal te verknoeien.

Gaandeweg zijn er behalve meer handwerk ook andere materialen gekomen, uit behoefte aan meer vrijheid en omdat de durf er was om nieuw terrein te onderzoeken. Zo bleken overtollig geworden voorwerpen een dankbare voedingsbodem te zijn waarop taalkunst kan gisten.

Marion Steur (1966) is autodidact. Zij vindt haar inspiratie in haar dagelijkse omgeving: hoe gaan mensen met elkaar om, waarom doen ze wat ze doen?